103 Ensorhuis Oostende

Renovatie van het Ensorhuis en uitbreiding met bezoekerscentrum

Procedure Architectuurwedstrijd
Opdrachtgever NV Eko
Fase voltooid
Datum 2015 – 2020

Ensor en Oostende. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zijn kunst, zijn huis in de Vlaanderenstraat, de vele foto’s van Maurice Antony, de films van Henri Storck, de schelpen en het Bal du Rat Mort, de zee, de stad, alle aspecten komen samen in Ensor.
De wereld van Ensor is een wonderlijke wereld, vol tegenstrijdigheden, vol fantasie, vol enscenering. Vol.
Zijn huis, een autobiografie. Een bezoeker is welkom, maar onder de condities die door Ensor zijn vastgelegd. Rituelen zijn sterk bepalend.

De ambitie om het Huis van Ensor open te stellen voor een groot publiek is nobel, nodig en toch niet zonder gevaar. Het dient omzichtig te gebeuren, zodat het wonder, en de verwondering hierover, blijven bestaan.
Rituelen zijn er om gerespecteerd te worden.

Het uitbreiden van het huis met ruimtes die minder kwetsbaar en meer flexibel zijn, biedt hier een uitzonderlijke kans. Door het grote publiek precies hier toegang te bieden tot die bijzondere wereld van Ensor, kan het huis in zijn uitzonderlijke, en kostbare hoedanigheid worden geconserveerd. Grote bouwkundige aanpassingen dringen zich niet op, het huis kan intact blijven.
Het zijn de zalen van het voormalige Hotel Providence Regina, een plek waar Ensor graag te gast was, die nu het grote publiek zullen ontvangen. Het gebouw is beschermd en ook het interieur biedt de kans om de elegantie van weleer, begin twintigste eeuw, in ere te herstellen.
Het betreden van het bezoekerscentrum annex Ensorhuis dient vanaf het eerste moment een visite te worden aan de wereld van de meester en dient zich ook te schikken naar de geest van Ensor. Deze wereld is echter zo rijk en biedt zo veel
aanknopingspunten, dat er geen kunstgrepen nodig zijn om er een ruim publiek voor te interesseren.

De stemming aan zee, ook in zijn platheid en vaak lelijkheid, kan een plaats vinden in de wereld van Ensor, want ze
maakt er deel van uit. Deze dualiteit van James Ensor, het simultaan aandacht hebben voor mooi en lelijk, en beide zo goed begrijpen en uitdrukken, maakt deze opdracht voor een bezoekerscentrum tot een bijzonder interessante oefening. Met name ook vandaag heerst er een sterk spanningsveld tussen ‘cultuur’ enerzijds en toerisme of entertainment anderzijds. Niet zelden verkiezen ze een eigen discours en weigeren ze zich met elkaar te verzoenen. Met Ensor kan
dat op een natuurlijke wijze anders zijn, precies door de complexiteit eigen aan zijn persoon. We kunnen een wereld creëren, die voor een groot publiek aantrekkelijk is, en toch een hommage is aan de meester. De verwondering komt vanzelf.